1. Welke band is er mogelijk tussen nierdonor en ontvanger?

‘In de meeste gevallen is er een emotionele band tussen nierdonor en ontvanger; partners die aan elkaar doneren, een vader aan zijn kind, het kind aan de moeder … Uitzonderlijk is het pure liefdadigheid. De donor, ook wel Barmhartige Samaritaan genoemd, helpt dan anoniem een willekeurige nierpatiënt.’

2. Wie behartigt de belangen van de nierdonor?

‘De donor en ontvanger worden door een afzonderlijke nierspecialist begeleid. De artsen bekijken hun dossier los van elkaar – ook als er een emotionele band is tussen donor en ontvanger- om zeker te zijn dat de donor niet onder druk werd gezet of er financieel gewin in het spel is. De arts die de belangen van de donor behartigt, noemen we de donor advocate. Die zal ook de medische geschiktheid van de donor onderzoeken.’

3. Wie kan levende nierdonor worden?

‘Je moet meerderjarig zijn en een goede fysieke gezondheid hebben. Er worden heel wat onderzoeken uitgevoerd om te screenen op ziektes (bijvoorbeeld hart- en vaatzieken) of toekomstige risico’s (bijvoorbeeld suikerziekte). De donor advocate evalueert op basis van alle parameters of de donor geen schade zal ondervinden door een nier te doneren.’

Je moet meerderjarig zijn en een goede fysieke gezondheid hebben

4. Kan iedereen aan iedereen doneren?

‘Voor donatie moet er een match zijn op vlak van bloedgroep en HLA-typering (weefseltypering). Ook is het leeftijdsverschil tussen donor en ontvanger het best zo klein mogelijk.’

‘Soms is het niet mogelijk om rechtstreeks een nier af te staan aan degene die je wil helpen. Dan kan het cross-over programma of ruiltransplantatie een mogelijkheid zijn. Als duo (donor en ontvanger) word je via het algoritme van een computerprogramma gekoppeld aan een ander duo zonder match. De donor van duo A doneert anoniem aan de ontvanger van duo B en de donor van duo B aan de ontvanger van duo A.’

‘In Nederland wordt het cross-over programma actiever gebruikt. Levende nierdonatie heeft daar de overhand gezien er minder potentiële hersendode donoren zijn. Dat komt doordat Nederland pas in 2020 overschakelde van de opting-in regeling (je bent niet automatisch donor bij overlijden, tenzij je opgeeft dat je dat wel wil) naar de opting-out regeling zoals in België (je bent donor bij overlijden, tenzij je aangeeft dat je dat niet wil).’

5. Kun je met één nier leven?

‘Het is perfect mogelijk om te leven met één nier als je nierfunctie goed is en je gezond blijft leven na de donatie. De resterende nier is wel gevoeliger voor bepaalde factoren. Als je veel zweet bij warm weer, moet je er rekening mee houden dat je voldoende gehydrateerd blijft. Eenmalige blootstelling aan beschadigende factoren is niet erg maar als dat frequent gebeurt, vermindert de nierfunctie.’

De resterende nier is wel gevoeliger voor bepaalde factoren

6. Is één transplantatie voldoende?

‘De nier die je krijgt van een levende donor is kwalitatiever dan de nier van een hersendode donor omdat de nier in een betere staat is en ook minder lang afgesloten is van bloedtoevoer. De ontvanger kan daar meerdere jaren mee verder. Velen hebben in de loop van de jaren, afhankelijk van de leeftijd waarop ze getransplanteerd worden, nog een transplantatie nodig.’

7. Wat zijn de gevolgen voor de nierdonor?

‘De fysieke gevolgen zijn relatief beperkt, afhankelijk van de manier waarop de operatie verloopt. Bij een kijkoperatie worden kleine sneetjes onder de ribbenboog gemaakt en een snee van 7 centimeter boven de lies waarlangs de nier naar buiten wordt gebracht. Een andere mogelijkheid is de nier eruit halen via de zij, waarbij soms een stukje rib wordt verwijderd.’

‘In principe gaat de donor na een kijkoperatie na 5 dagen naar huis en wordt aanbevolen om 3 à 4 weken geen zware voorwerpen te heffen. In het eerste jaar na donatie zijn er enkele controle-raadplegingen bij de transplantchirurg en nefroloog. Dat wordt afgebouwd naar 1 keer per jaar. Het is wettelijk bepaald dat levende donoren levenslang opgevolgd moeten worden door een nierspecialist.’

8. Zijn er ook voordelen voor de nierdonor?

‘Donoren benoemen dit als een positieve levenservaring omdat ze een altruïstische daad hebben gesteld. Zeker als er een emotionele band is, bijvoorbeeld tussen vader en zoon, kan dat een positief gevoel geven omdat ze iets goeds voor hun kind hebben gedaan. De levenskwaliteit van de ontvanger gaat ook vooruit, waardoor er bijvoorbeeld meer gezinsactiviteiten mogelijk zijn.’

Donoren benoemen dit als een positieve levenservaring omdat ze een altruïstische daad hebben gesteld

9. Wat zijn de gevolgen voor de nierpatiënt?

‘Door de verbetering van de lichamelijke conditie, kunnen nierpatiënten na een transplantatie het actieve leven grotendeels weer oppakken. Dat verschilt van persoon tot persoon, maar de kwaliteit van leven gaat meestal vooruit. Sowieso is de levensverwachting van een getransplanteerde patiënt langer dan van een nierdialysepatiënt. De nierpatiënt moet wel medicatie tegen afstoting nemen, wat bijwerkingen kan geven.’

10. Is het een risicovolle ingreep?

‘Technisch gezien zijn er nauwelijks gefaalde transplantaties. Wel is de kans op afstoten groter bij niet-verwante personen door de verschillende weefselgroepen. Dat geeft littekenvorming onder vorm van bindweefsel op de nier waardoor ze iets minder lang meegaat. Nierspecialisten kunnen de situatie goed inschatten en de medicatie tegen de afstoting daar nauw op afstemmen.’

11. Wordt standaard de linker- of rechternier gedoneerd?

‘Anatomisch gezien kiezen we het liefst voor de linkernier omdat de bloedvaten aan de linkerkant wat langer zijn. Dat maakt inplanten gemakkelijker. Rechts kan ook als links niet geschikt is.’

‘Bij de transplantatie is het belangrijk dat de nier zo kort mogelijk zonder bloed zit voor betere resultaten op langere termijn. Door de twee operaties gedeeltelijk te laten overlappen, beperken we de tijd dat de nier zonder bloed zit tot een uur.’

12. Is transplantatie interessanter dan nierdialyse?

‘Maatschappelijk gezien is niertransplantatie kostenefficiënter. De levenskwaliteit en de levensverwachting van nierpatiënten is beter na transplantatie in vergelijking met nierdialyse. De ontvangers kunnen bijvoorbeeld na transplantatie vaak weer aan het werk, wat bij dialyse ingewikkelder is.’